Onderwijs kan nu leren te leven met onzekerheid

Marcel van Herpen

Wat we op dit moment meemaken, voelen we al en weten we eigenlijk nog niet. We weten niet precies wat er gebeurt, wanneer het verandert en wat de gevolgen zullen zijn. Daar worden we ons door de dagelijkse berichtgeving collectief bewust van. Maar dat geldt voor elk leven, altijd en overal. Niemand weet wat het leven nog in petto heeft en waar dat toe zal leiden. Voor een goed vervolg zullen opvoeding en onderwijs in deze periode twee fenomenen in het collectief geheugen moeten printen: onzekerheid is het uitgangspunt van het leven en alles en iedereen is met elkaar verbonden.

Technologische en biologische ontwikkelingen wekken soms de indruk van maakbaarheid. Wij – de mensen – regeren, sturen, kiezen en denken te bepalen. De scholen toetsen en voorspellen hoe het kinderen zal vergaan, programma’s worden ingezet voor kinderen om zich voor te bereiden op het echte leven. Als het vastloopt, kiezen we voor aangepaste programma’s en gedragscorrecties. Bedrijven ontwikkelen die programma’s en protocollen. De farmaceutische industrie verleent ondersteunende medicatie voor elk type probleem.

Als iets ons deze periode bewust maakt, is het wel dat leren ontstaat door contact. Iedereen weet inmiddels wat je op afstand wel en niet voor elkaar krijgt, maar vooral welke behoefte er wordt gewekt als contact wordt belemmerd.

Image Description

Marcel van Herpen

Marcel van Herpen is medewerker van het Centrum Pedagogisch Contact. CPC richt zich op het voorkomen en tegengaan van uitval en buitensluiten van (jonge) mensen.

Vragen

Kinderen maken nu een ontwikkeling door die we niet hebben kunnen volgen zoals we doorgaans wel kunnen op scholen. Ze doen ook nieuwe ervaringen op waar we nog geen weet van hebben. Dat brengt mij tot de vraag: wat willen we weten van deze groep kinderen?

Wat willen we weten nu het contact is veranderd? Willen we weten hoe jonge kinderen zich verder ontwikkelen na een periode waarin ze niet met andere kinderen hebben kunnen spelen? Hoe gaan kinderen verder in hun ontwikkeling die hun aanvankelijke lees-, schrijf-, en rekenprocessen door hun ouders aangeleerd hebben gekregen? Wat hebben kinderen – op afstand - geleerd en wat hebben ze gemist? Hoe zal het de studenten - die geslaagd zijn zonder centraal examen - vergaan tijdens hun vervolgstudie?

Stellen we ons achteraf ook de vraag of onze kinderen al zelfstandig genoeg waren om intrinsiek gemotiveerd het programma te vervolgen? Stellen we ons de vraag of de relaties met de kinderen zo goed waren dat we vanuit dat contact konden blijven uitdagen en bijsturen? Stellen we de vraag of het aanbod zo gedifferentieerd was dat de kinderen op hun eigen niveau konden blijven werken? Stellen we de vraag of we aangeboden hebben wat er in deze situatie werkelijk nodig was?

Natuurlijk willen we weten hoe het de kinderen vergaan is én natuurlijk willen we weten wat ze hebben geleerd. Dat mag niet leiden tot de platte vraag of we gaan praten of gaan toetsen. Maar wel: in welke volgorde en vooral in welke verhouding?

Onderwijs
“Stellen we ons achteraf de vraag of onze kinderen al zelfstandig genoeg waren om intrinsiek gemotiveerd het programma te vervolgen?”

Onzekerheid en samenhang

Voor sommige kinderen is het een zegen als ze weer volgens een vast ritme hun lessen krijgen aangeboden en als ze weten wat er van hen verwacht wordt. Voor andere kinderen is er meer nodig om weer aan boord te komen. Dat is altijd zo geweest. In elke klas hebben altijd kinderen gezeten die in beslag genomen werden door iets anders dan wat de leraar aanbood. Maar we mogen toch hopen dat we ons nu collectief bewust zijn geworden van twee van de belangrijkste uitgangspunten van opvoeding en onderwijs:

  1. Onzekerheid is het uitgangspunt van het leven. Levenslopen zijn onvoorspelbaar. Als er zich situaties voordoen die lastig of zelfs traumatiserend zijn, dan komt het aan op je veerkracht; het vermogen om door te gaan als het tegenzit. Dat vermogen wordt versterkt door anderen die in contact zijn aan de grenzen van je mogelijkheden.

  2. Alles en iedereen zijn met elkaar verbonden. Alles wat je doet en nalaat heeft invloed op anderen. Alles wat anderen doen heeft invloed op jou. Mensen, economieën, financiële stromen, klimaat; alles is onderling met elkaar verbonden.

Deze crisis legt bloot wat we in minder belaste tijden vaak negeren. We zijn sterfelijk en afhankelijk. Daarmee is onzekerheid de basis van ons bestaan, terwijl methodes, toetsen en gedragsregulatieprogramma’s zekerheid veinzen. De voorspelbaarheid van de uitkomst. Het heeft een systeem in de hand gewerkt waarbij het selecteren van onze kinderen normaal is geworden. Selectie op IQ, op gedrag, op bekwaamheden. Deze periode geeft ons ervaringen en taal om deze uitgangspunten te beleven en te bespreken.

“We zijn sterfelijk en afhankelijk.”

Veerkracht

Nu we gezamenlijk ervaren hoe bescheiden we mogen zijn als ons collectief iets overkomt, zullen we ons ook gezamenlijk af mogen vragen wat dat betekent voor hoe we verder willen. Als we een verantwoordelijke en veerkrachtige volgende generatie willen ontwikkelen, zullen we het potentieel van hen ten volle tot bloei mogen laten komen. Voor de grote vragen die zich aandienen hebben we zelf- en wereldbewuste mensen nodig. Die zijn vitaal, nieuwsgierig en bereid om een bijdrage te leveren aan een mooiere wereld. Dat kan alleen als ze ook iets wezenlijks mogen bijdragen en daarvoor gewaardeerd worden. Meedenken, meepraten, mee ontwikkelen, mee uitvoeren.

Kinderen die trauma’s hebben opgelopen door verhalen, beelden of eigen ervaringen, hebben het recht om eerst zichzelf te mogen herstellen. De indrukken die ze hebben opgedaan, moeten mogen worden uitgedrukt. De impressies variëren van journaalbeelden tot varianten van huiselijk geweld en misbruik. Die impressies zijn zo divers, dat de mogelijkheid voor expressies ook divers zullen moeten worden aangeboden. Met andere woorden: zoals ze allemaal iets anders beleefd hebben, zullen ze het ook allemaal anders verwerken. Het ene kind praat er graag over, terwijl de ander liever tekent of er een rap over schrijft.

Vormen

Door de crisis zijn we uit vorm geraakt. Routines zijn verstoord, sport en beweging zijn geen vanzelfsprekendheid meer en problemen hebben soms letterlijk geen uitweg kunnen vinden. Welke vormen er nodig zijn om weer ín vorm te komen, zullen we met elkaar moeten ontdekken. Dat vraagt van volwassenen dat ze het perspectief van de kinderen innemen, met gevoel voor wat ze hebben meegemaakt. In dat contact wordt zichtbaar en voelbaar wat er nodig is om te verwerken en wat er nodig is om door te kunnen gaan. Dat is voor iedereen anders. Maar door dat te bespreken, leren kinderen zichzelf en de anderen kennen. Zo kan deze crisis de mogelijkheid zijn om zichzelf, anderen en de wereld beter te leren kennen en daar een eigen bijdrage aan te willen leveren. Daarmee wordt de onzekerheid die is ervaren, de mogelijkheid om te leren dat je er zelf met anderen altijd uit kunt komen. Dat een einde een nieuw begin is. Dat je zekerheid kunt ontwikkelen om onzekerheid het hoofd te bieden. Veerkracht.

We zijn niet in staat om de problemen van kinderen over te nemen en op te lossen, maar wel in staat om hen te bemoedigen. De crisis duurt lang en belast ons, maar of het lang genoeg duurt om patronen te veranderen hangt af van degenen die niet doorgaan met wat ze deden.

Opvoeden en onderwijs in tijden van quarantaine

Opvoeden en onderwijs in tijden van quarantaine

Als je n.a.v. dit artikel meer inspiratie en antwoorden wilt,
volg dan onze nieuwe serie GRATIS WEBINARS!

Schrijf je nu in! 😉 >