Opvoeden en onderwijs in tijden van quarantaine

Marcel van Herpen

Het devies voor kinderen was altijd: ga zo veel mogelijk naar school, maak contact, beweeg regelmatig – als het kan buiten, maar het coronavirus heeft die leus rigoureus omgedraaid. Daarmee zijn plotseling de kinderen die behoefte hebben aan fysiek contact en buitenspel in de problemen gekomen en de kinderen die zich graag 24/7 opsluiten in hun kamer om te gamen en te Netflixen de ideale ‘quarantaine-kinderen’ geworden. Ouders kregen er een schooltaak bij, terwijl leraren de opvoedkundige relatie in het contact verloren.

Voor alle kinderen leek het even feest: niet naar school! Een onverwachte – uit China overgewaaide – vakantie! Maar al snel komen minder vrolijke ervaringen van achter de voordeur naar buiten. (Jonge) mensen worden van nature gedreven door drie psychologische basisbehoeften. Ze willen in contact zijn met anderen (relatie), ze willen zélf hun leven vormgeven (autonomie), zodat het potentieel dat ze met zich meedragen zich kan ontwikkelen (competentie). Als één van de drie basisbehoeften in het gedrang komt, lopen ze allemaal gevaar. Op dit moment roetsjen we met zijn allen - op anderhalve meter afstand van elkaar – van een glijbaan een nog volstrekt onbekende wereld in. Eén ding is dus zeker: we weten níet zeker wat het gevolg zal zijn. We weten niet hoe we ervoor staan als de corona-kwelgeest is verdreven. En omdat niemand dat weet, gaan we op zoek naar nieuwe zekerheden, nieuwe perspectieven.

Image Description

Marcel van Herpen

Marcel van Herpen is medewerker van het Centrum Pedagogisch Contact. CPC richt zich op het voorkomen en tegengaan van uitval en buitensluiten van (jonge) mensen.

Corona is een snelkookpan

We weten dat sommige kinderen het prima redden in deze tijd. Kinderen in huizen waar de tuindeuren open kunnen met ouders die de mailtjes van school lezen; kinderen die veilig gehecht zijn, waar de relaties stabiel zijn; plekken waar gezond voedsel, computers én wifi aanwezig zijn. En natuurlijk zijn er kinderen die het minder goed vergaat. Dat is van alle tijden. Maar hoe ontwikkelt zich dat nu - als de spanningen toenemen - op een paar vierkante meter en er is letterlijk geen uitweg? Kinderen die vanuit bed inloggen. Kinderen die hun huiswerk in een kast, vanuit een badkuip of achter de gordijnen maken. Kinderen die misbruikt worden, en nu wellicht nog vaker dan voorheen.

Kinderen bij ouders die al aan het scheiden waren, maar nu nog even met elkaar zitten opgescheept. Kinderen van ouders met een ‘vitaal beroep’ – die zich vol overgave storten op ‘de goede zaak’ en thuis nauwelijks meer beschikbaar zijn. Kinderen van ouders waar het inkomen plotseling is weggevallen. Kinderen in volledige afzondering, omdat er iemand koorts heeft. Kinderen die om de paar dagen een ziekenwagen of lijkwagen door hun straat zien rijden. Kinderen die onder de radar zijn verdwenen en met wie de school het contact is verloren. Kinderen die het al niet gemakkelijk hadden, maar waar het virus nu de ruimte beperkt en de concentratie van het probleem verhoogt. Waar corona het gedoe in een snelkookpan naar het kookpunt brengt. Wat voor symptomen brengt het virus deze kinderen? En wat als deze en alle andere kinderen - als koeien die na een lange stramme winter voor het eerst de wei in mogen – weer samen naar school gaan?

Image Description
“Zoals we dagelijks slachtoffers van het coronavirus tellen, zullen we dagelijks moeten checken welke kinderen slachtoffer zijn van het isolementsvirus.”

Zorg voor onderwijs

Regeren is vooruit zien. En regeren in tijden van crisis is – volgens de premier – met 50 % van de kennis 100 % van de maatregelen moeten nemen. Dat stelt in het domein van onderwijs en opvoeding vragen over ouderschap, leiderschap en leraarschap. Uiteraard gaat aanvankelijk de meeste aandacht uit naar onze zorg. En natuurlijk worden de economische ontwikkelingen op de voet gevolgd. Maar willen we bestendig zijn voor de lange termijn, dan is de aandacht voor de volgende generatie cruciaal.

Zoals we dagelijks slachtoffers van het coronavirus tellen, zullen we dagelijks moeten checken welke kinderen slachtoffer zijn van het isolementsvirus. Zoals we met spoed een vaccin proberen te ontwikkelen, zullen we met spoed allerlei nieuwe vormen van contact moeten ontwikkelen. Zoals we nu al nadenken over de revalidatieprogramma’s van de getroffenen, zullen we ons moeten voorbereiden op de trauma’s die pas weer zichtbaar worden als leraren en mentoren de kinderen weer fysiek treffen.

Zoals de zorg onmiddellijk heeft opgeschaald, zo heeft het onderwijs in een paar dagen het ‘afstandsonderwijs’ voorzien. Dat zijn prestaties van formaat. Ontwikkelingen waar we – als we het hadden moeten polderen – nog jaren over hadden gedaan. Dat zijn ultieme pogingen om de ontwikkeling van kinderen te blijven stimuleren. Dat is belangrijk voor de autonomie en het competentiegevoel van kinderen. Maar dan is de derde psychologische basisbehoefte nog niet zomaar bevredigd: relatie. Veel kinderen missen hun vrienden. Ook missen velen het contact met leraren en andere volwassenen waarin ze zich erkend voelen: gezien en gehoord. Deze erkenning is fundamenteel voor de vorming van het positieve zelfbeeld. Veel leraren missen de wederkerigheid van het contact.

Alles gaat door

Vriendschappelijke gesprekken in groepsapps gaan door. Grappige filmpjes worden gedeeld, broodnodige chats om contact te onderhouden. Kinderen en leraren hebben Zoom, Skype en Microsoft Teams geïntegreerd alsof ze nooit anders gedaan hebben. Maar ook het pesten gaat door. Online. Met meer dan anderhalve meter afstand, maar net zo schadelijk of misschien wel schadelijker dan ‘live’. Waar kinderen hun leraar of mentor aan konden spreken, raken ze nu het zicht meer en meer kwijt op wat er zich werkelijk afspeelt. Minder kinderen die opvallen door hun gedrag, die hun frustraties rechtstreeks kunnen delen met een vertrouwenspersoon, of even kunnen zeggen dat een vriendin met een filmpje op internet is gekomen.

Het feit dat ouders er plotseling een schooltaak bij kregen, terwijl leraren de opvoedkundige relatie in het contact verloren, heeft de wereld voor kinderen veranderd. Onderwijs en opvoedingssituaties leveren sowieso veel dilemma’s op. Maar nu dus ongevraagd vanuit een andere context. Soms weten ouders en leraren niet of kinderen de dingen doen die je via school gemakkelijker kon volgen. Soms weten leraren niet wat er werkelijk ‘aan de andere kant’ gebeurt. En ouders vragen zich af of ze druk moeten zetten op het onderwijsprogramma of de sfeer in huis voorrang moeten geven.

Twee tips

Probeer een ritme te ontwikkelen dat zoveel mogelijk lijkt op het vertrouwde schema. Kinderen staan ’s morgens op, douchen, gaan ontbijten en dan naar (de digitale) school. Scholen houden het rooster aan en hebben dus de hele dag door contactmomenten met kinderen. Dus niet ’s morgens even werk uitdelen en verwachten dat kinderen dan uit zichzelf even gaan studeren of het huiswerk gaan maken.

En wat als je als ouder voor een dilemma komt te staan? Je hebt bijvoorbeeld het idee dat als je steeds het proces van je kind van dichtbij volgt, dat de sfeer daardoor verslechtert, maar als je het proces niet volgt, dat het kind dan veel te weinig uitvoert. Probeer niet te straffen of te belonen. Dat maakt de relatie afhankelijker, terwijl ook deze periode is bedoeld om kinderen op te laten groeien tot vrije én verantwoordelijke burgers. Beter is om precies dát dilemma met je kind te bespreken. Dus zeg letterlijk: “Ik heb een dilemma. Aan de ene kant wil ik je volgen, omdat ik niet wil dat je achter raakt op de rest; aan de andere kant denk ik dat het niet goed is voor de sfeer dat ik daar steeds over begin. Hoe zullen we hiermee omgaan?” En dan kan er een gesprek ontstaan waarbij het kind aangeeft wat het prettig vindt en waarbij jij bewaakt dat allebei de aspecten van je dilemma gewaarborgd blijven. Dit kunnen leraren ook doen. Maar afstand bemoeilijkt deze strategie soms. Ouders inschakelen - waar mogelijk - kan helpen.

“Nieuwe zekerheden komen niet uit innovaties, maar uit relaties.”

Doe het voor de reünie

In tijden van crisis moet de zorg op 1. Ook de zorg om de economie moet volle aandacht krijgen. Maar als we ten tijde van deze crisis duurzame perspectieven willen ontwikkelen, mogen we de volgende generatie niet veronachtzamen. Als onderwijs en opvoeding zijn bedoeld om enerzijds kinderen hun eigen talenten te laten ontwikkelen en anderzijds perspectieven te bieden in de richting van de wereld die je voor ogen hebt, dan zullen we zekerheid moeten ontwikkelen in tijden van onzekerheid. Dat zijn geen innovaties. Dat zijn relaties. Goed contact met kinderen, om ze uit te kunnen blijven dagen waar het kan en bijsturen waar het moet. Goed contact om te weten wat ze ervaren en beschikbaar te zijn als dat nodig is. En dat voor alle kinderen die je kunt bereiken. Door ze (op afstand) les te geven, door ze te bellen of een kaartje te sturen. Liever een mailtje “Ik begrijp dat het lastig is, maar ik wil je echt helpen”, dan praten over kinderen die niets doen. Liever een appje “Ik mis je”, dan opgeven. Liever iets dan niets. Kinderen waarderen je inspanning, ook als ze dat nog niet kunnen zeggen. Kinderen willen dat je (ze) niet opgeeft, ook als hun gedrag het tegenovergestelde suggereert. Ze willen weten wie er zekerheid geeft als het onzeker wordt. Dat kunnen ze nog niet zeggen. Verwacht geen kaartje terug. Dat komen ze soms pas op de schoolreünie vertellen tegen de leraren die niet opgaven of tegen hun eigen ouders op de dag dat ze hun eerste kind krijgen. Doe het voor ná de crisis. Doe het voor een mooiere wereld. Hou vol. Dat de crisis – wat het ook aanricht - niemand verliest.

Als je n.a.v. dit artikel meer inspiratie en antwoorden wilt,
volg dan onze GRATIS WEBINARS!

Schrijf je nu in! 😉 >