De ervaringsreconstructie

Elke leraar vindt het fijn als het lekker loopt in de klas, als er een goede sfeer is en als leerlingen overwegend naar verwachting reageren. Maar iedere leraar kent ook situaties waarin het niet vanzelf gaat.

Elkaar begrijpen en ondersteunen bij complexe pedagogisch/didactische vraagstukken is niet eenvoudig. De ervaringsreconstuctie is een intervisiegesprek waarbij collega’s op een gelijkwaardige manier het perspectief van kinderen kunnen innemen, kennis en ervaringen kunnen delen en hun handelingsrepertoire snel kunnen uitbreiden.

De ervaringsreconstructie

De ervaringsreconstructie kun je zien als een leraar-leerlingbespreking. De deelnemers worden uitgenodigd om zich in te leven in de leraar en de leerling, en proberen aan te voelen en te begrijpen wat hen bezielt. Het is menselijk dat onze indrukken en oordelen meespelen in het contact dat we hebben. De ervaringsreconstructie is bedoeld om je bewust te worden van je oordelen en emoties, en de manier waarop deze de kwaliteit van het contact beïnvloeden.

De ervaringsreconstructie in 4 fasen

De ervaringsreconstructie bestaat uit vier fasen, met elk haar eigen regels en kenmerken.

  • Fase 0. Voorbereidingsfase

    Kenmerkend voor de verhelderingsfase is de inbreng van de leraar bij de start. De leraar vertelt zijn verhaal zonder interpretaties en zo klinisch mogelijk. Nadat de inbrenger zijn verhaal verteld heeft, kunnen er verhelderingvragen gesteld worden door de overige teamleden om het beeld duidelijker te maken.

  • Fase 1. Verhelderingsfase (overzicht)

    Kenmerkend voor de verhelderingsfase is de inbreng van de leraar bij de start. De leraar vertelt zijn verhaal zonder interpretaties en zo klinisch mogelijk. Nadat de inbrenger zijn verhaal verteld heeft, kunnen er verhelderingvragen gesteld worden door de overige teamleden om het beeld duidelijker te maken.

  • Fase 2. De reconstructiefase (inzicht)

    Vanaf deze fase praat de inbrenger niet meer mee! Tijdens de reconstructiefase noteert elke deelnemer eerst in alle rust zijn eigen reconstructie. Er mogen geen negatieve interpretaties worden gegeven. Belangrijk in deze fase is dat er geen waardeoordelen worden gegeven. Alle inzichten kunnen bijdragen tot nieuwe interessante gezichtspunten.

  • Fase 3. Interventiefase (uitzicht)

    In de derde fase worden mogelijke interventies geformuleerd. Geef de ‘mogelijke mogelijkheden’ aan. De ander is zelf goed in staat om te kiezen wat bij hem past.

Opbrengst

De ervaringsreconstructie geeft nieuwe openingen om aan de slag te gaan. De deelnemers hebben zich ingeleefd in de situatie van het kind en komen dichter bij de ervaringsstroom van het kind. Er komt bij alle betrokkenen nieuwe energie vrij om met het kind te werken. Na verloop van tijd merken we dat kinderen zich (bijna) altijd significant beter en met meer plezier ontwikkelen. Opvallend is dat leraren zelden precies kunnen aangeven welke interventies daarbij leidend zijn geweest. Bij kinderen die vaak vanuit hun achterstanden en problemen werden bekeken, wordt nu gefocust op kansen. En daar draait het om!

De ervaringsreconstructie

Wil je meer lezen over de inhoud van de verschillende fases van de ervaringsreconstructie, de do’s en don’ts en de rol van de procesleider? Download dan hier het volledige artikel.