Met een goed kompas over de onderwijsoceaan

Iedereen heeft er de mond van vol: innovatietrajecten, motivatiebeleid, competentiemanagement, adaptief onderwijs, het nieuwe leren… Onze veranderende taal doet vermoeden dat we innoveren, maar de praktijk laat al zo’n honderd jaar weinig vooruitgang en verandering zien.

Traditionele en hedendaagse vernieuwers

Om te begrijpen waar onze onderwijsmechanismen vandaan komen, is het van belang om het onderwijs door de jaren heen in grote lijnen te bezien. De hedendaagse vernieuwers zijn, ondanks de onderzoeksuitwisselingen die door internet en (internationale) conferenties mogelijk werden, nog steeds dank verschuldigd aan de reformpedagogen. De traditionele vernieuwers hebben de middeleeuwse opvattingen ontkracht en de emancipatie van het kind in gang gezet. De vijf bekendste typen van de in het begin van de twintigste eeuw ontstane vernieuwingsscholen zijn:

  1. 1

    De Daltonschool

    waar men de kinderen met behulp van individuele taken zo zelfstandig mogelijk wil laten werken;

  2. 2

    De Freinetschool

    waar kinderen geleerd wordt om zelf ‘vrije teksten’ te produceren;

  3. 3

    De Vrije School

    waar het uitgangspunt de manier is waarop het wezen van de mens zich ontwikkelt en hoe dit begeleid kan worden;

  4. 4

    De Montessorischool

    waar het op een speciale manier gehanteerde ontwikkelingsmateriaal in dienst staat van het principe: opvoeden is zelfopvoeden;

  5. 5

    De Jenaplanschool

    dat is een gemeenschap die kinderen, leraren en ouders omvat.

En nu ligt het onderwijsveld open; klaar om door alle bestaande en zich nieuw aandienende partijen bespeeld te worden. Maar voordat je op reis gaat, lijken twee vragen toch de moeite van het overdenken waard: welke richting ga je op en met welk kompas?

Richting en kompas

Wij kunnen niet precies voorspellen hoe de volgende generatie het best voorbereid de problemen en uitdagingen van haar tijd te lijf kan gaan. Maar het creëren van geëmancipeerde mensen vraagt in ieder geval om onderwijs dat zich richt op vrijheid en verantwoordelijkheid.

De vraag “Wat is goed onderwijs?” wordt voorafgegaan door een meer fundamentele vraag: “Hoe ontwikkelen mensen zich?” Het is van belang dat mensen die samen optrekken om ‘onderwijs te maken’, ook samen op zoek gaan naar antwoorden op deze vraag. Daarbij is het van belang dat ‘de lerende organisatie’ aandacht heeft voor de kennis die je samen maakt: kennismaken!

Hoe scherper alle participanten in een schoolgemeenschap de visie voor ogen hebben die ze gezamenlijk onderschrijven, hoe eenduidiger de aanpak en de taal kunnen worden. De leidende gedachte van alle onderwijsinnovaties is gebaseerd op een constructivistische manier van denken: op de uniciteit van de mens en de diversiteit in aanpak.

En het kompas dan?

Zolang de leerkracht in interactie is, heeft hij het kompas binnen handbereik. Het kompas dat aangeeft of de richting de juiste is, is scherp, helder en onontkoombaar. De kinderen zijn het kompas! Om het unieke kompas van ieder kind te kunnen lezen, is het van belang dat leerkrachten aan het welbevinden en de betrokkenheid kunnen zien hoe het écht met de kinderen gaat en of ze zich écht ontwikkelen.

ErvaringsGericht Onderwijs

ErvaringsGericht Onderwijs is een vorm van onderwijs die mensen uitdaagt om te groeien en geboeid te blijven in zichzelf, in anderen, hun omgeving en het grote levensgeheel, waarbij men probeert aan te voelen en zich af te stemmen op wat er bij anderen en zichzelf leeft, met welbevinden en betrokkenheid als criteria.

Het vertoont overeenkomsten met de traditionele omdat het gebruik maakt van de pedagogiek en de werkvormen ervan. Het geeft echter de traditionele vernieuwers ook een aanvulling op hun concepten. De procesvariabelen ‘welbevinden’ en ‘betrokkenheid’ zijn een graadmeter hoe processen verlopen. De interventies die daaruit volgen kunnen nieuwe impulsen geven aan de onderwijsdynamiek.

ErvaringsGericht Onderwijs legt nadruk op het feit dat ‘de staat van betrokkenheid’ het moment van fundamenteel leren is en niet een moment om leerkrachtbedachte interventies te plegen. Als kinderen van nature niet betrokken zijn op een of meerdere vak- en vormingsgebieden, reikt het concept de leerkracht betrokkenheidsverhogende interventies en condities aan, om de kans op een maximale, veelzijdige ontwikkeling te verhogen.

Het schip of het pontje?

Oh ja, er zijn leerkrachten die niet mee de onderwijsoceaan op willen, omdat ze ‘meer zekerheid willen’. Het ErvaringsGericht onderwijs zoekt avonturiers, die veilig zijn bij zichzelf, uitgedaagd willen worden om bijzondere kompassen te leren lezen én die houden van de open zee.

Met een goed kompas over de onderwijsoceaan

Wil je meer weten over de ‘reis over de onderwijsoceaan’ en wat het constructivisme daarmee te maken heeft? Download dan hier het volledige artikel.