Persoonlijk verantwoord onderwijs

Antwoord proberen te geven op de vraag ‘wanneer doe ik het goed?’ is erg pretentieus. Iedereen doet het zo goed als hij kan, anders deed hij het wel anders. Toch is het waar dat sommige strategieën een beter effect hebben dan andere.

De kenner en het gekende

Een kenmerk van ontwikkeling (wat ingewikkeld was, wordt ont-wikkeld) is dat het systeem verandert en daarmee de grenzen verschuiven. Het is bekend dat de kenner en het gekende een relatie hebben. De leerkracht en de leerling zijn geen objecten (voorwerpen) maar subjecten (onderwerpen). Ze beïnvloeden (veranderen) elkaar en interpreteren het gedrag van de ander, uitgaand van een persoonlijke zienswijze of smaak. Een veelheid van factoren bepaalt welke vermogens worden aangesproken en welk gedrag tentoon wordt gespreid. We beïnvloeden elkaar, maar we interpreteren naar onze eigen waarneming. Ons handelen is direct en ingegeven door wie je bent.

Wij geven les in wie we zijn

Leerlingen herkennen niet in eerste instantie de persoon als leerkracht. Ze ervaren de persoon die in het omhulsel van zijn functie schuilt. De manier waarop het contact is opgebouwd, bepaalt de mate waarin de leerkracht zijn onderwijsinhouden kan inzetten.

Kinderen ‘weten’ wel direct of je meent wat je zegt; ze voelen heel snel of je echt bent en reageren dienovereenkomstig. De persoonlijkheid van de leraar op ieder niveau van onderwijs is de beslissende factor voor goed leraarschap.

Voor leerlingen is het prettig als de leerkracht zich kwetsbaar en beschikbaar opstelt. Dat betekent dat we met elkaar zullen moeten praten over ons innerlijk. Onderwijs is een ruimte creëren waarin wij gemeenschappelijk zoeken naar waarheid.

De rol van de leerkracht

We kunnen een onderwerp niet goed leren kennen als we niet verder kijken dan onze neus lang is. We moeten ons inleven in het onderwerp. Dat inlevingsvermogen krijgen we niet als we ons eigen innerlijk niet ontwikkelen. Hier binden leraar en leerling de strijd aan met een hogere macht dan de hunne; de macht van een onderwerp dat ons niet toestaat dat we ons in onszelf terugtrekken en dat zich niet laat reduceren tot onze beweringen erover.

Passie houdt je uit de valkuil

Sommige leerkrachten willen louter geobjectiveerde kennis overbrengen. De valkuil daarvan is dat het objectivisme zo geobsedeerd is door het beschermen van zuivere kennis, dat de leerlingen geen directe toegang mogen hebben tot het object van studie. Andere leerkrachten stellen de leerling als norm. Maar als de leerlingen zelf de norm zijn is het moeilijk om onwetendheid en vooroordelen te bestrijden bij individuele leerlingen of de groep.

Om de leerkracht zijn aandeel zinvol te laten invullen en de leerling autonomie te verlenen zonder dat hij als individu de norm wordt, is een derde factor nodig die ‘boven de partijen staat’. En als het belangrijke onderwerp zich in het midden bevindt, hebben de leerlingen directe toegang tot de energie van leren en leven.

Basisbehoeften

Als kinderen het goed maken, zijn ze beter in staat hun basisbehoeften te bevredigen. Als de leerkracht het onderwerp en niet zichzelf in het centrum van de leercirkel zet en rekening houdt met de (basis)behoeften van kinderen, dan komt het dus aan op de kwaliteit van de interactie. Als je aan wilt sluiten bij de behoeften die kinderen werkelijk hebben, is aandacht voor aanvaarding, echtheid en inleving evident.

Wanneer doe ik het goed?

Als ontwikkelingen goed verlopen is de constructie zichtbaar. Als ontwikkelingen vastlopen is een vanzelfsprekende stap de re-constructie. Je probeert je een beeld te vormen van datgene wat er zich bij de ander afspeelt. Van daaruit kunnen nieuwe mogelijkheden zichtbaar worden.

Er kan een moment komen dat je in overleg met ouders en collega’s tot de conclusie komt dat een kind (met alles wat hij is en waar hij aan blootstaat) in jouw klas, met jou als leerkracht niet gelukkig wordt en/of zich niet maximaal ontwikkelt. En dat –hoe graag je dat ook zou willen - je niet in staat bent om iedereen gelukkig te maken.

Anderzijds is het goed dat leerkrachten die zich met hart en ziel inzetten (soms met een soort Moeder Theresasyndroom), zich staande weten te houden in deze soms roerige tijden. Het is zo van belang dat je voelt dat je het samen doet. Daarvoor is het afstemmende gesprek over visie en de keuze van conceptuitgangspunten van belang. Het kind zal het kompas moeten zijn, maar jij kunt ‘het goed doen’ als je voelt dat je er toe doet: omdat je met passie je beroep uitoefent. Kinderen weten vaak heel goed wat nodig is en jij mag mee op reis. Zorg dat je bij het roer bent als de weersverwachting slecht is, en laat je verrassen als je ziet waar kinderen je naartoe brengen.

Persoonlijk verantwoord onderwijs

Wil je een sprekend voorbeeld van reconstructie uit de onderwijspraktijk lezen? Download dan hier het volledige artikel.